One day I broke my mirror and imagined I was pretty
‘Bram, hoe is dit eigenlijk zo gekomen?'
‘Wat, meisje, wat is gekomen?'
‘Dit. Dat wij onze minuten delen. Bij elkaar zijn.'
‘We zijn bij elkaar omdat, meisje, ik hier ben en jij ook.'
‘Vind je dat fijn?'
‘Fijn? Fijn vind ik het als het warm is, als er een bed is daar waar ik slapen wil, als ik geen honger lijd. Dat is fijn, meisje.'
‘Is het dan toeval dat je ervoor kiest in mijn nabijheid te zijn?'
‘Jij kiest ervoor in mijn nabijheid te zijn. Ik niet, meisje, voor jou.'
‘Ik heb een naam, en die luidt Eeden,' zei ze plotseling.
‘Voor mij niet. Voor mij ben jij een meisje.'
‘Een meisje? Wat houdt dat in?'
‘Dat jij een lichtje bent dat ik aan kan steken en kan doven.'
‘Je kan toch elk lichtje aansteken en doven?'
‘Ik heb ook meerdere lichtjes. Dacht jij dat jij het enige was? Ik heb zoveel kamers, die moeten allemaal verlicht worden.'
‘Ben ik niet anders dan de andere lichtjes die je hebt?'
‘De andere lichtjes zijn wandkandelaren, jij bent een lantaarn. Jou kan ik overal mee naartoe nemen.'
‘Ik volg.'
‘Ik neem je ergens mee naartoe. Je volgt, meisje, niet.'
‘Zeg je altijd "meisje" tegen me om me eraan te herinneren dat ik dat ben?'
‘Als je van een dier een lastdier wil maken, moet je het vaak bij de naam noemen. Dan luistert het beter naar je en heeft het minder slaag nodig.'
‘Een lastdier. Dat is een eigenaardig woord, Bram. Ben ik je tot last?'
‘Dat begrijp je verkeerd. Een lastdier draagt de lasten van haar meester.'
‘Welke lasten heb jij, die ik draag?'
‘Misschien heb ik geen lasten, maar wel lusten. En de last die je daarvan hebt, draag jij.'
‘Het is mijn verplichting naar jou toe. Je betovert me.'
‘Dat komt, meisje, niet door mij maar door jezelf. Jij bent nu eens een verstandige sterke wind, die de bomen buigt in de richting die jij voor ogen hebt, ongehinderd door emoties en sympathie en gevoelens van intense liefde. Dan weer ben je het trillend blad zelf, die de grond weet te raken na de lichtste bries, de regen wast je weg - je vergeet wie je bent, draait rondjes in jezelf en jou, en je ziet niets meer als het donker wordt. Ik betover jou niet; het is zelfbegoocheling.'
‘Dan zet jij mij ertoe aan.'
‘En ik ben, meisje, een meester in mijn vak.'
‘You'd be my hero, in another world, somehow...'
‘Ik ben, meisje, hoe dan ook je held.'
‘Als ik vanavond weg zou gaan, zou je dan aan me denken en hopen dat ik gauw en veilig thuis zou komen?'
‘Je gaat alleen weg als ik het zeg, en ik zeg dat je niet weggaat.'
‘Wil je graag dat ik blijf?'
‘Hou je mond.'
‘Waarom mag ik dat allemaal niet zeggen?'
‘Ik tover stille woordjes uit je mooie mondje. Niet meer praten nu.'
En ze praatte niet. Ze zat voor hem. Wiegde zo nu en dan heen en weer. Toen er te lang niets gebeurde en ze verveeld raakte, kleedde ze zich langzaam voor hem uit. Ze voelde hoe zijn ogen over de huid dropen, als stroop, of traag warm zand, of haar eigen bloed?
‘I may not be pretty, I may not be perfect, but I am needed when people get distracted...'
Hij reageerde er niet op en zij droeg de eerdergenoemde lasten. Direct daarna liet hij haar achter. Ze zei hem gauw en veilig thuis te komen. Ze dacht aan hem. Het werd langzaam licht...
"My body seemed to heat up in what must have been less than a second. It could not be... Could it? When he saw me, he made an almost obligatory hand gesture, without smiling. I returned it but did smile and I kept looking at him. Until he was gone. He didn't look back. He took a part of me with him; the part of common sense, and that of emotional independency. It is amazingly interesting, that one person can mean this much to someone else... unintentionally."

Reageren