braafheid
De zon laat zo stilletjes zijn schijnsel toe. In de nachten wuift een bries ons toe, wat de dag niet geven kan. De opwinding is groot, de verwondering nog groter. Hoe kan iets, dat zo concreet lijkt, zo betoverend zijn? Hoe kan een begrip als toekomst ineens meer op een keuze lijken, dan op het onvermijdelijke? Wie heeft het besef zo veranderd? Nog belangrijker, het is ons ineens gegund ons aan elkaar te hechten. Beiden zijn we verbaasd.‘Als ik naar je kijk, word ik gek,’ zegt Bram.
En ik ook. Ik kan niet ophouden met stralen, gloeien, het liefste zou ik het uit willen gillen. Elke gedachte gaat uit naar hem, naar dat ene waar ik aan denk voor ik slapen ga en wat me in alle vroegte wekt. In plaats van op de grond te blijven, lijkt het alsof ik stiekem een trap beklim, die mij uitzicht geeft over de mooiste landschappen. Wakend over dit geluk, gaat de reis vooruit. Het stilstaan is voorbij. Er is niets behalve ik. Elke dag doe ik duizend dwaze dingen, en het een maakt me nog gelukkiger dan het andere. Ik snijd door wat mij verbond met de stenen, met het stilstaan. Ik dwaal over het water, kleed me uit en laat me zien. Ik laat me gelden. Ik word langzaam krankzinnig. En ik vind het heerlijk!

Reacties
Nieuwe woorden en ik zie ze nu pas. Het spijt me, ik ben niet meer gewend aan woorden van jouw hand hier op blogse!!
fijn om eindelijk weer wat van je te lezen.
Malou 24-04-2010 @ 00:01
Reageren