lost
There is nothing worse than losing your words, your past, your memory.. for words you have once spoken will not come back to you.. for memories that are forgotten cannot, will not, be remembered.Preditors
De basisbehoeften van een mens zijn gemakkelijk te vervullen: drinken, eten, warmte. Dat alleen is genoeg om ons in leven te houden, dus waarom verlangen we naar meer? Wat voor nut heeft het, ons te kwellen met die hang naar genegenheid, naar contact, naar de liefdevolle aanraking?
Eeden deed alles om het tegen te houden. Memories are not built to last. Zolang ze gevoed was, warm was, was ze voorzien. Van mensen afhankelijk zijn.. nee, nooit. Zij was de koude en de kille. Zij speelde met haar prooien, zij was niet de prooi. Maar in andere oorden zijn er andere roofdieren, en als je niet vlug genoeg bent, of niet berekenend genoeg, val je zelf ten prooi. En, geef toe, wat voor verweer bestaat er tegen tederheid? Wat is het wapen tegen een kus?
'Wanneer zie ik je weer?' had hij gevraagd, haar gezicht in zijn handen.
'Snel,' had ze geantwoord.
Ze meende het.
Ook al geloofde Eeden het niet toen haar werd verteld dat ze mooi was, ze wilde het graag. Hij kuste haar, en ondanks zichzelf kuste ze hem. Het vreemde vertrouwde gevoel tussen hem en haar maakte dat ze niet bij hem weg wilde. Het was als een oerinstinct, haast iets beestachtigs. Ze was niet zeker of het lichamelijk was, of ook méér dan dat. Het maakte niet uit. Haar lichaam overheerste haar op het moment, alsof ze gedrogeerd was. Ze kuste hem nog eens, en vroeg zich af hoe veel ze toe zou laten. Veel, wist ze.
Ook de dagen erna verlangde ze naar zijn kus, zijn warme lijf, zoals je verlangt naar warme thee of een goede maaltijd. Haar lichaam schreeuwde om zijn aanraking.
Als het dan zo lichamelijk was, waarom maakte het haar dan zoveel uit dat hij uitgekeken was op zijn prooi? Waarom zocht ze niet gewoon een nieuw roofdier om ten prooi aan te vallen? Of was ze, in alle kinderlijke onzekerheid die haar elke dag weer plaagde, bang dat er niet nog iemand was die haar gezicht in zijn handen zou nemen en haar zou vragen wanneer hij haar weer zag? Was ze bang dat er niemand maar zou zijn die haar mooi zou vinden? Nog altijd voelde ze de zweren kloppen, haar lelijkheid, haar schoonheid, een titanenstrijd tot de tijd vanzelf de winnaar kiest?
Misschien was het ook wel te makkelijk. Was het dan zo naief van Eeden om te denken dat ze het wel eens een keer had verdiend, dat het makkelijk zou zijn?
Naieve Eeden, you should have been protecting your heart. It was not him, it was the physical attention. And physical attention you can get from every man who listens to his between-his-legs rather than his heart.
braafheid
De zon laat zo stilletjes zijn schijnsel toe. In de nachten wuift een bries ons toe, wat de dag niet geven kan. De opwinding is groot, de verwondering nog groter. Hoe kan iets, dat zo concreet lijkt, zo betoverend zijn? Hoe kan een begrip als toekomst ineens meer op een keuze lijken, dan op het onvermijdelijke? Wie heeft het besef zo veranderd? Nog belangrijker, het is ons ineens gegund ons aan elkaar te hechten. Beiden zijn we verbaasd.‘Als ik naar je kijk, word ik gek,’ zegt Bram.
En ik ook. Ik kan niet ophouden met stralen, gloeien, het liefste zou ik het uit willen gillen. Elke gedachte gaat uit naar hem, naar dat ene waar ik aan denk voor ik slapen ga en wat me in alle vroegte wekt. In plaats van op de grond te blijven, lijkt het alsof ik stiekem een trap beklim, die mij uitzicht geeft over de mooiste landschappen. Wakend over dit geluk, gaat de reis vooruit. Het stilstaan is voorbij. Er is niets behalve ik. Elke dag doe ik duizend dwaze dingen, en het een maakt me nog gelukkiger dan het andere. Ik snijd door wat mij verbond met de stenen, met het stilstaan. Ik dwaal over het water, kleed me uit en laat me zien. Ik laat me gelden. Ik word langzaam krankzinnig. En ik vind het heerlijk!
Fingertips
Words are dropping of your fingertips.
I'm licking the words of your fingertips.
See the fairies dance on my eyelashes
Feel the endless devils on my tongue
Endure the struck of silver lightning
And hold close what is so dear to you
Carry me if I can't walk
Lend me your eyes if I can't see
Tell me a lie if the truth is too ugly
Make the world
Bearable
No - Make the world
JOYFUL!
And let me lick the sweet sweet words
Of your pretty fingertips
Dus.
Aan de stille
Ooit gewaardeerde, maar nu stille. Ik was op een helling van sissende woede. Een tijd lang, een lange tijd. Ik rolde de woede verder in. Liefde was er nooit, dus er is niets om te verbreken. En toch. Sinds je de waarde van geld kent, ben je de waarde van vriendschap uit het oog verloren. In jou komt het niet op ook naar iets anders te kijken dan een spiegel. Jij en ik waren ooit op dezelfde plek, maar nu mijlenver uit elkaar. Jij was ooit een pilaar in mijn leven, een steunmuur van mijn huis. Nu blijk je slechts van karton. Hol. Ooit kon ik niet buiten jou. Nu is het een belasting je te woord te staan. Te vaak heb je me nu in mijn maag gestompt. Niet door me te misbruiken zoals anderen vroeger. Niet door me te kleineren, domineren.
Maar simpelweg door me te negeren, en door me te behandelen als iemand die wel luistert en je problemen voor je oplost. Ik ben ook een volwaardig mens.
Ik wil niets verbreken, dat klinkt zo definitief. Maar als het verbroken zóu zijn, denk ik niet dat ik je missen zou.
anger
If we go on like we did, there's nothing to worry about anymore in the future. Then they will be gone. One by one, they will perish. An entire generation will vanish simply because we don't care enough to let them live.
I did everything I could.
I don't understand how no one cares.
I don't understand how we all watch them die.
It tears me apart and it makes me very, very angry.
DIEPTE
Mijn gelaatstrekken verraden niets, zoals een golf de diepte van de zee niet weerspiegelt. Ik hoop je naar binnen te lokken, en je te doen verdrinken in mijn volume. Schuw me niet, omdat ik een nevelige schim van mezelf ben. Jij kunt me weer inkleuren.het ontwaken
Na verloop van tijd kreeg ze zweren in haar voeten, zo groot, bloedend en etterend, dat ze niet meer van haar plaats kwam. Ik droeg haar 's ochtends van het bed naar de sofa, en 's avonds weer terug. Ze was bang voor de pijn die het lopen haar zou doen.
'Mijn voeten willen me niet meer dragen,' verzuchtte ze.
Ik deed mijn best voor haar, maar dragen was het enige wat ik voor haar kon doen. En ineens, kwam er plotseling die dag. Ik was weggeweest, en verwachtte haar bij thuiskomst op de bank uit het raam te zien kijken.
Eeden zat niet op de bank. Eeden stond, op de vloer van de kamer en stampte beide voeten hard op de grond. Ik liet de spullen die ik droeg uit mijn handen vallen en rende naar haar toe. Zij leek me niet te zien en stampte door. Om haar lag een klein plasje bloed, afkomstig van de zweren van haar voeten.
'Dee!'
Ze keek me nu aan, en er ging een rare schokgolf door mijn buik. Dat vertrokken gezicht! De tranen in de ogen, waarschijnlijk van de pijn, de wenkbrauwen in een frons, een pijnlijk grimas. Voelen!
' Matte! Ik - laat - het - niet - meer - toe!' (ze stampte nog steeds)
' Ik - heb - zo-veel bereikt! Ik laat NIET- toe, dat - het - me pakt! Ik - ben - boos! Ra-zend! RA-ZEND! Ik - voel - het! Ik - VOEL - het!'
Ze hijgde en bleef stampen.
' Ik - ben - op - zo-veel - plek-ken ge-weest! ALLEEN! Ik - ben - EI-GEN - baas! Niet - dit! Ik - wil! Ik - vecht! VECHT!'
Ze stond even stil.
'Tijdens al mijn reizen...' hijgde ze. ' wilde ik.. het maximale uit elke... dag halen! En nu.. wil ik de dag... alleen maar doorkomen! Niet meer!'
Ze lachte hard.
'Niet meer nu! Ik sla terug! Ja! JA!'
Ze begon te springen, hoog, ze landde hard op haar pijnlijke voeten, maar ik had het idee dat de lichamelijke pijn heel goed bij haar woede paste. Ze bleef schreeuwen, kreten van woede, blijdschap, angst, bevrijding, ergernis. en ik keek, en met haar voelde ik de groei en het besef en voelde ik ergens wat Dee moet voelen. later die avond, toen het over was, verzorgde ik haar voeten en droeg haar weer naar boven. Zij sloeg haar armen om me heen en glimlachte. Ik voelde haar lichaam, en had voor het eerst sinds een lange tijd niet meer het gevoel het dode gewicht van een zwak dier te dragen.
Een paar dagen daarna liepen we rond het huis. Ik had al opgemerkt dat hoewel ze bijna niet sliep en schor was van haar uitbarsting, ze meer lachte dan de voorgaande tijd.
Ineens zei ze: ' Ik heb er weer zin in.'
Ik lachte terug, maar antwoordde niet.
De dag daarna holde ze samen met Zoe,(een van Brams kinderen) een pompoen uit, stak er een kaars in, verzamelde bladeren en takken en legde dit binnen samen op een schaal.
' Mooi he,' vond ze.
Nog weer een dag later vroeg zeze me ineens vanalles, hoe dingen gingen, hoe ik dingen deed, en deed ze dan samen met mij. Ze hoorde meer, luisterde meer, en ik vroeg meer van haar. Ik kon iets meer van haar en haar kennis en ervaring op aan.
Ik zei haar dat, en zij zei, na een lange bedachtzame stilte:
'Ik heb er weer zin in. Mezelf mooi maken, het huis mooi maken, reizen maken. Lachen. Praten. Maar vooral vechten. Jouw hulp gaf me het harnas, maar vechten doe ik. De zweren zijn kapot. Pijn deed het, maar ik loop weer. Spring weer. Ondanks alles. Ik heb er weer zin in.'
One day I broke my mirror and imagined I was pretty
‘Bram, hoe is dit eigenlijk zo gekomen?'
‘Wat, meisje, wat is gekomen?'
‘Dit. Dat wij onze minuten delen. Bij elkaar zijn.'
‘We zijn bij elkaar omdat, meisje, ik hier ben en jij ook.'
‘Vind je dat fijn?'
‘Fijn? Fijn vind ik het als het warm is, als er een bed is daar waar ik slapen wil, als ik geen honger lijd. Dat is fijn, meisje.'
‘Is het dan toeval dat je ervoor kiest in mijn nabijheid te zijn?'
‘Jij kiest ervoor in mijn nabijheid te zijn. Ik niet, meisje, voor jou.'
‘Ik heb een naam, en die luidt Eeden,' zei ze plotseling.
‘Voor mij niet. Voor mij ben jij een meisje.'
‘Een meisje? Wat houdt dat in?'
‘Dat jij een lichtje bent dat ik aan kan steken en kan doven.'
‘Je kan toch elk lichtje aansteken en doven?'
‘Ik heb ook meerdere lichtjes. Dacht jij dat jij het enige was? Ik heb zoveel kamers, die moeten allemaal verlicht worden.'
‘Ben ik niet anders dan de andere lichtjes die je hebt?'
‘De andere lichtjes zijn wandkandelaren, jij bent een lantaarn. Jou kan ik overal mee naartoe nemen.'
‘Ik volg.'
‘Ik neem je ergens mee naartoe. Je volgt, meisje, niet.'
‘Zeg je altijd "meisje" tegen me om me eraan te herinneren dat ik dat ben?'
‘Als je van een dier een lastdier wil maken, moet je het vaak bij de naam noemen. Dan luistert het beter naar je en heeft het minder slaag nodig.'
‘Een lastdier. Dat is een eigenaardig woord, Bram. Ben ik je tot last?'
‘Dat begrijp je verkeerd. Een lastdier draagt de lasten van haar meester.'
‘Welke lasten heb jij, die ik draag?'
‘Misschien heb ik geen lasten, maar wel lusten. En de last die je daarvan hebt, draag jij.'
‘Het is mijn verplichting naar jou toe. Je betovert me.'
‘Dat komt, meisje, niet door mij maar door jezelf. Jij bent nu eens een verstandige sterke wind, die de bomen buigt in de richting die jij voor ogen hebt, ongehinderd door emoties en sympathie en gevoelens van intense liefde. Dan weer ben je het trillend blad zelf, die de grond weet te raken na de lichtste bries, de regen wast je weg - je vergeet wie je bent, draait rondjes in jezelf en jou, en je ziet niets meer als het donker wordt. Ik betover jou niet; het is zelfbegoocheling.'
‘Dan zet jij mij ertoe aan.'
‘En ik ben, meisje, een meester in mijn vak.'
‘You'd be my hero, in another world, somehow...'
‘Ik ben, meisje, hoe dan ook je held.'
‘Als ik vanavond weg zou gaan, zou je dan aan me denken en hopen dat ik gauw en veilig thuis zou komen?'
‘Je gaat alleen weg als ik het zeg, en ik zeg dat je niet weggaat.'
‘Wil je graag dat ik blijf?'
‘Hou je mond.'
‘Waarom mag ik dat allemaal niet zeggen?'
‘Ik tover stille woordjes uit je mooie mondje. Niet meer praten nu.'
En ze praatte niet. Ze zat voor hem. Wiegde zo nu en dan heen en weer. Toen er te lang niets gebeurde en ze verveeld raakte, kleedde ze zich langzaam voor hem uit. Ze voelde hoe zijn ogen over de huid dropen, als stroop, of traag warm zand, of haar eigen bloed?
‘I may not be pretty, I may not be perfect, but I am needed when people get distracted...'
Hij reageerde er niet op en zij droeg de eerdergenoemde lasten. Direct daarna liet hij haar achter. Ze zei hem gauw en veilig thuis te komen. Ze dacht aan hem. Het werd langzaam licht...
"My body seemed to heat up in what must have been less than a second. It could not be... Could it? When he saw me, he made an almost obligatory hand gesture, without smiling. I returned it but did smile and I kept looking at him. Until he was gone. He didn't look back. He took a part of me with him; the part of common sense, and that of emotional independency. It is amazingly interesting, that one person can mean this much to someone else... unintentionally."
Uitgekleed
En iedereen weet wat goed voor me is.
Ik tril.
Ik denk.
Alles raast in mijn hoofd.
Terwijl ze zeggen; 'het komt wel goed.'
Ik sla de deken om me heen. Niets doet er toe. Ik kan niet slapen omdat ik moet bewegen. Ik ben moe omdat ik niet kan slapen. De wereld trilt mee. Geduld om iets te doen heb ik niet. Ik lees boeken over verre reizen, maar zie alleen de vier muren die me omsluiten.
Mijn veiligheid.
Af en toe kijk ik uit het raam. De dag vordert. De minuten tikken voorbij. Als het donker wordt, is er weer een dag voorbij.
Ze zeggen dat het wel goed komt.
Wat zijn mensen eigenlijk kwetsbaar; ze zien helemaal niets in het donker.
Lopen leren
"Verdomme Matte, een kind dat net heeft leren lopen sla je toch ook niet tegen de grond?"
Au
En natuurlijk, op zo een dag kán alleen maar een dag volgen waarop alles onmogelijk lijkt en je geen idee hebt waar je het nog vandaan moet halen. Teleurgesteld, en boos omdat het niet sneller gaat dan het gaat. Maar misschien moet ik af en toe gewoon afgeremd worden en eraan herinnerd worden dat ik in deze stroom niet hoef te zwemmen, maar me gewoon moet laten meevoeren en zien waar ik uitkom. En wanneer. Ik heb de leiding niet. Ik geef me over.
Wat een onmogelijke dag.
Hoge bergen kennen diepe dalen, zo blijkt. En vallen doet nog steeds pijn. Hard vallen doet heel veel pijn. Vooral als de blauwe plekken en schrammen en korsten net een beetje lijken te helen. O ja, zo voelt bloeden. Ik was het in mijn enthousiasme haast vergeten. Ik durfde net weer te dromen. Te denken aan morgen. Nu is het morgen en ik ben het alweer kwijt. Au, zeg.
'To whom much is given, much is required.'
Andere dag, ander verhaaltje
En wat er vandaag ineens gebeurde? Ik liep buiten, en in plaats van dat ik naar de grond keek, keek ik omhoog en om me heen. En ik zag dat er zoveel was om opgemerkt te worden! Waarom keek ik altijd naar de grond? Ik glimlachte en besefte dat ik het vaker moest doen want ik voelde het direct; een soort van energie, warmte... En op datzelfde moment voelde ik mijn voeten die de grond raakten en zelfverzekerd hun stappen zetten, de weg kozen. Ik voelde me groot, groter dan ooit eigenlijk. Ik voelde welk stukje van de aarde mijn lichaam in beslag nam, door daar gewoon te lopen, en ik vond dat dat gerechtvaardigd was, dat ik dat mocht. Ik glimlachte nog een keer, en nog een keer en het voelde alsof de wereld helemaal van mij was. Als je me toen had gevraagd hoe het met me ging, had ik waarschijnlijk gezegd; 'Best goed eigenlijk. Nee, goed. Het gaat heel goed.'Chaos
Ik scheur mij open, en alles ontsnapt.
Eeden zegt het
'Waarom, meisje, zeg je nooit eens wat je wil zeggen?' vroeg Bram haar op een van hun reizen. Het was avond, donker, en ongenadig koud. Ze zaten dicht tegen elkaar aan, en warmden zich aan elkaars lichaam, omdat hij het niet nodig had gevonden een deken mee te brengen. Kou moet je voelen.
'Ik zeg altijd wat ik wil zeggen!' protesteerde ze.
'En hoe weet jij dat dan, hoe weet jij wat je wil zeggen?'
'Dat bedenk ik me.'
'Dat bedenk jij je? Dat bedenk jij je? Ik, meisje, ken een kindje en dat heet Joshua. En Joshua, Joshua kan niet praten. Hij bedenkt zich wat hij wil zeggen maar onderweg naar buiten gaat er iets mis en dan hoor ik alleen maar geluidjes en geen woorden. Hoe denk je dat hij zegt wat hij wil zeggen?'
Ze zweeg, zoals ze altijd deed als iemand haar de les proeerde te lezen.
'Ik vroeg je wat!'
'Ik weet het niet.'
'Ik wel. Als hij wil zeggen dat hij blij is, dan lacht hij. Is hij boos, dan gromt hij. Als hij verdrietig is dan huilt hij en als hij wil zeggen dat ie van iemand houdt, dan pakt hij die stevig vast.'
Ze zweeg weer.
'Zwijg niet zo!'
Maar ze bleef stil.Ze kon geen woorden bedenken.
'Ik weet niet waar jij het lef vandaan haalt zo te zwijgen, maar ik sla het er wel uit!'
De duivel ontsnapte.
'Ik snap het,' zei ze later zacht. 'Jij bent boos. Jij gromt alleen niet. Jij doet dat anders.'
'Ik wás boos. Nu is het weg. Wanneer was jij boos? Jij bent nooit boos.'
Ze droogde haar tranen en ging nog iets dichter tegen hem aan zitten. Ze streelde hem over zijn rug.
'Nee, niet je traantjes nu al drogen. Gewoon huilen.'
En zij huilde, en hij troostte haar.
'Wat wil je nou zeggen?' vroeg hij.
'Dat ik bij jou wil zijn,' zei ze.
'Waarom is dat zo moeilijk?'
'Omdat ik bang ben voor wat jij denkt als ik zeg wat ik denk, en wat ik dan weer voel als jij zegt wat je denkt.'
'Dat is zo veel onzin.'
'Ja. Alles is onzin. Mensen zijn bang voor gedachtes, gevoelens, en wat andere mensen denken en voelen. We zeggen niet wat we willen zeggen, we doen niet wat we willen doen. We zijn de verbinding met onszelf volledig kwijt, we kunnen alleen nog maar denken, denken, denken. Maar weet je? Uiteindelijk hebben wij het niet voor het zeggen. Wij zijn maar zó klein. En uiteindelijk worden we opgeslokt in de oneindigheid, niet alleen jij en ik, maar iedereen. Niet nu, en niet snel, maar het gebeurt. En als we ons moeten overgeven aan iets zoveel groter dan onszelf, waarom laten we ons dan zo beheersen door onze eigen vrees en beperkingen? Waarom kunnen we niet gewoon doen wat we willen, juist op het moment dat we het willen? Waarom zouden we niet kunnen reizen van moment naar moment, situatie naar situatie, elke dag wat anders, zonder te denken aan wat we gewend zijn? Niet denken, maar gewoon voelen en dan doen!'
'Doe dan, Eeden.'
Ze keek hem met vuur in de ogen aan, knikte, gaf hem een kus op de mond, en zei; 'Ik hou van je.'
Toen stond ze op en beende weg.
'Waar ga je heen, waar ga je naar toe?'
'Naar Matte!'
Elke dag een verhaaltje
Omdat ik dat meisje ben dat geen ruzie kan maken. Dat altijd wegloopt. Al als jong kind bleek dat mijn tranen sneller waren dan mijn woorden. Erger dan dat was dat ik mij aan iemand kon hechten zoals stof aan een vochtige wond. Als men die stof lostrok was ik radeloos en steeds weer een stukje meer beschadigd. En zo werd ik het meisje dat haar eigen gezelschap meer op prijs stelde dan dat van anderen. De angst om gekwetst te worden was vele malen groter dan de angst voor de eenzaamheid. Want roepen dat niemand je begrijpt is zoveel makkelijker dan tonen wie je werkelijk bent. De verwachtingen waren altijd hooggespannen, maar dat gaf niet, omdat ik het ook waar kon maken. Wat dat met mij deed? Ik weet het niet. Jarenlang heb ik mezelf verdoofd, omwille van mezelf. Gevoelig ben ik wel, haast op het dramatische af. Maar juist de woorden die mij wanhopig probeerden te bereiken, weigerde ik te horen. Woorden als 'ik kan het niet', 'ik ben bang', 'het is teveel'- nooit zou ik die uitspreken. Ik ben niemand iemand die iets opgeeft. Ik ben niet iemand die iets half doet, ik doe iets meer en meer dan volledig. En ik ken de grenzen niet. Nu nog steeds niet. Ik voel het niet. Ik voel het niet.
Eerst dacht ik dat het verdriet was. Dat ik daarom zo graag huilde en zo graag getroost wilde worden. Maar heel, heel langzaam begint me duidelijk te worden dat ook woede me parten speelt. Misschien wel juist woede. Misschien is elke vezel in mijn lichaam wel onmetelijk boos.
Nooit kon ik ruzie maken. Nooit heb ik kunnen zeggen dat ik me gekwest voelde. Ik kneep mezelf altijd in mijn hand, zodat de pijn me afleidde van de tranen die in mijn ogen prikten. Ik wendde mijn blik af, zweeg, beet op de tong. En kneep de woede van me af. Eenmaal heb ik, huilend, schoorvoetend toegegevn dat ik me gekwetst voelde, bij iemand bij wie ik me het meest veilig voelde. Het was een ongelooflijke stap voor mij.
'Dat kwetst me, als je dat zegt...'
'Ik word ook wel eens gekwetst,' was het antwoord.
Sindsdien is het stil.
Spell
'I wish a wizard would send me back to where I was when I was a helpless child; the grown-ups would take care of me, and I would start over again and do it all a little better.'Matte vertelt
Ze kon dagen achtereen zwijgen, maar in haar ogen was een soort van trouw die woorden nooit zouden kunnen dragen.Ze tekende en kleurde veel, ik las haar sprookjes voor en speelde op de harp of luit. Ik spoorde haar aan korte wandelingetjes te maken, zodat ze kon merken dat de zomer over was gegaan in herfst. De bladeren werden geliger aan de randen, maar meer nog dan dat; het rook anders. Het beviel me, en ik vroeg me af of het haar ook beviel. Als we liepen was ze vaak diep in gedachten. Soms keek ze om zich heen, alsof ze de omgeving voor het eerst zag. 's avonds hoorde ik haar vaak prevelen, ofwel in haar slaap, ofwel in een poging om in slaap te komen. Ik verstond haar niet, maar af en toe meende ik haar 'mother' te horen zeggen. Ik wist niet of ze daarmee haar eigen moeder bedoelde, of misschien een hogere vorm van een moeder, een beschermvrouwe.. Ik vroeg het haar niet. En langzamerhand begon ik vertrouwd te raken met de zwijgzaamheid. Ik werd steeds beter in het communiceren zonder woorden. Ik praatte tegen haar alsof ze gewoon terugpraatte, in haar ogen kon ik de antwoorden zien die ze me had gegeven als ze had kunnen spreken. Ik merkte dat ze het waardeerde, de manier waarop ik met haar omging. Heel even dacht ik soms dat ze zou gaan spreken; dan keek ze me aan op een zo natuurlijke manier dat ik overtuigd was haar stem weer te gaan horen. Maar vaker nog was ze ver, ver weg, en zat ze de hele dag op de grond, apatisch, en maakte ze geen contact. Ze reageerde niet op mijn verhalen en vragen, en als ik haar in de ogen keek, leek ze dwars door me heen te staren. Uit wanhoop heb ik haar eens een klap in het gezicht gegeven, en ze viel om omdat ze niet stabiel had gezeten en er niet op bedacht was geweest. Ik schrok er erg van toen ze geen enkele reactie gaf. Geen verontwaadiging, schok of woede - niets. Het voelde alsof ik een lappen pop had geslagen. Zij bleef roerloos en met open ogen liggen, en ik tilde haar uiteindelijk maar weer op de bank en dekte haar toe met de oude rafelige deken. Omdat ik me schuldig voelde bleef ik die nacht bij de bank zitten, en sliep niet.
Ik vond dat ik dat verdiende.
De wereld voor een leven
"De wereld voor een leven! Alles, alles zou ik geven, wat ik nu heb. Ik hoef geen verre reizen te maken. Ik hoef geen liefde en intimiteit. Ik hoef geen waardering. Ik wil niet dat mensen me mogen. Ik hoef niet rijk te zijn. Ik heb geen mooie kleren nodig. Ik hoef geen warmte. Geen fijn huis. Vrienden heb ik niet nodig. Mijn ambities gooi ik zonder moeite over boord. Ik zal niets, niets meer vragen, als ik maar kon leven zonder angst en tranen, met andere woorden, als ik maar leven kon! Als ik maar weer genieten kon van de kleinste, kleinste dingen. Als ik maar weer rustig was, als ik mij maar weer kon vervelen! Als ik maar leven kon..'
De dagen waren gekomen dat Dee niets meer zelf deed. Zó was ze in de greep van zichzelf. Matte voedde haar, kleedde haar aan en uit, zorgde voor haar. Ze praatte niet of nauwelijks. Reageerde vaak niet als Matte haar wat vroeg. Hij had geleerd zijn vragen zo te stellen, dat ze alleen maar hoefde te knikken of haar hoofd hoefde te schudden. Soms was ze zo ver weg, dat ze tegen zichzelf fluisterde : 'Laten ze me maar opsluiten.'
Maar, ze kende ook haar momenten van buitengewone helderheid. Dat gaf Matte hoop.
'Ik kan er niet meer tegen... Ik kan er echt niet meer tegen. Vroeger kon ik alleen maar aan nu denken en erover fantaseren. Nu kan ik alleen maar terugdenken, met bittere weemoed, aan de tijd dat ik nog niet de schim was die ik nu ben. Hoe heb ik de tijd weg kunnen wensen, toen het leven nog zo simpel en gemakkelijk en goed was?'
'Lieverd..'
'Soms vraag ik me af of ik hier iets van moet leren. Of ik misschien geen goed mens was, en daarvoor word gestraft.. Maar ik zweer je, als ik zonder angst en tranen zou zijn, dan zou ik elke dag gelukkig zijn, dat heb ik mezelf beloofd. Elke dag zou ik met opgeheven hoofd terugdenken aan deze periode in mijn schulp, en aan de dag dat ik daar uitkwam en grenzeloos gelukkig werd.. Maar het is zo moeilijk te geloven dat die dag nog gaat komen..'
'Ik beloof je dat die gaat komen.'
'Ik mis mij zo,' zei ze zacht.
'We missen haar allemaal.De wereld voor mijn Eeden.'
Eenmaal binnen
Hij leidde haar naar binnen, haalde thee voor haar en een warme deken, die hij om haar broze schouders sloeg.
'Au, au, au,' huilde ze.
Hij sloeg de armen om haar heen en drukte haar zo dicht tegen zich aan dat hij bang was haar zwakke lijfje in tweeën te breken.
'Doet het pijn?' fluisterde hij.
'Ja,' snikte ze, 'Ik ben zo bang.'
Hij antwoordde niet.
'Wil je me een verhaaltje voorlezen, Matte?' vroeg ze.
Hij keek naar haar en de volwassen vrouw die hij zag was slechts een leeg omhulsel. In de donkere ogen zag hij het verdriet van een kind. Een klein, bang meisje, dat opkeek tegen grote mensen, die graag voorgelezen wilde worden voor het slapengaan - had hij ooit het bed met haar gedeeld?
'Welk verhaaltje, Dee?'
'De prinses op de erwt.'
Matte pakte het grote sprookjesboek, vergeeld en stoffig. Hij keek niet naar Dee en begon te vertellen. Hij merkte dat er iets veranderde, zodra de woorden zijn lippen verlieten. De kamer tolde om hen heen en andere indrukken werden buitengesloten; geur, zicht, andere geluiden. Alleen nog zijn eigen stem, die rustig een sprookje las. Wat er gebeurde, was dat het sprookje op dat moment de enige waarheid was geworden. Alsof het sprookje alle woorden bevatte die nodig waren in een mensenleven, sterker nog, alsof dat de enige woorden waren die bestonden. Het leven leek eenvoudiger dan ooit. Hij keek naar Dee, en zag dat ze zich in foetushouding had opgerold, tegen hem aan, haar duim in de mond.
Na de laatste woorden van het sprookje duurde het even voor de kamer terugkwam; het smeulende vuur, de warmte en het licht. Matte leek te ontwaken uit een lange slaap.
'Nog een,' zeurde Eeden.
'Welke?'
'De keizerlijke nachtegaal.'
Hij bladerde even en de droom begon opnieuw. Niet alleen elk woord betekende iets voor hem, maar elke letter, elke klank. Hij was uitgeput, na dit tweede verhaal.
Eeden lag rozig tegen hem aan.
'Jij kunt goed voorlezen,' zei ze.
Hij streelde haar haar, en wachtte simpelweg tot ze in slaap viel. Hij tilde haar op, en bracht haar naar bed. Ze werd weer even wakker, maar was slaperig.Zelf was hij te aangeslagen om nog beneden van een glas wijn en een boek te kunnen genieten, dus kleedde hij zich uit en ging naast haar liggen. Ze ging tegen hem aan liggen.
'Wil je me warmhouden, vannacht,' vroeg ze, de ogen gesloten.
'Ik houd je warm.'
'Die zweren, Matte, die zijn zo gaan etteren. Daarom doet het zo'n pijn.'
Ze begon weer zachtjes te huilen.
You are my sunshine, my only sunshine, you make me happy, when skies are grey..
Matte was voor haar gaan zingen, omdat hij verder ook niet wist wat hij anders kon doen. Dat raakte haar nog meer, en hij kon de zweren bijna zien kloppen, de pus ruiken... Maar alleen Dee voelde de pijn. Ze huilden zich samen in slaap.
Zout
Dankbaar gleed Eeden's blik over de wereld. De natuur was rijk, vond Eeden. Oneindig. Onuitputtelijk. Eeden niet. Ze ging in het gras zitten en haar vingertoppen raakte de toppen van de sprieten. Die waren stug. Eeden zuchtte. En nog eens. Ze bedacht zich dat het mooi zou zijn als ze zichzelf kon verliezen in alles om haar heen en een lege huls mee kon nemen, die ze later dan zelf zou kunnen vullen. Dat ze, als een spin, de huid kon afwerpen, die ergens achterbleef, waar mensen zich over zouden verwonderen.. 'Kijk, een spin..' 'Kijk, een mens..' Acht stille pootjes, twee stille armen en twee stille benen. Maar nog belangrijker, een leeg kopje. Een leeg hoofdje. Klaar om gevuld te worden met.. met.. met wat, Eeden? Haar vingertoppen omklemden het gras en rukten een stukje af.
'Oh,' fluisterde ze. 'Wat doe ik nou?'
Ze hield het stukje tegen het gras aan, likte aan haar vinger en probeerde de spriet weer heel te maken. Ze faalde.
'Wat doe ik toch,' fluisterde ze. 'Een leeg hoofdje, klaar o gevuld te worden met zorgeloosheid, vriendelijkheid, geduld, en zo mogelijk... sprietje, sprietje, word toch weer heel.. geluk.'
Mensen zouden dan het spinnetje verderop zien zitten, in een mooi web, een mooi geweven web, en ze zouden zeggen 'Wat een gewoon spinnetje!' Of: 'Wat een gewoon mensje!'
'Twee armpjes, sprietje, twee beentjes, en een hoofdje zonder narigheid.' En ze bleef zitten, het sprietje tussen duim en wijsvinger. Uren en uren achtereen. Matte maakte zich grote zorgen. Hij was allang haar geliefde niet meer, maar slechts een goede vriend, aan wie ze haar hersenspinsels zo nu en dan toevertrouwde. Hij had er de grootste moeite mee, dat hij niet méér kon doen dan haar vasthouden en beloven dat het allemaal goed zou komen.Hij zocht haar na het vallen van de avond op.
'De avond is gevallen. Kom je binnen?'
'Nee.'
'Wat doe je?' vroeg hij, en ging naast haar zitten. Hij merkte hoe fris het geworden was en vroeg zich af of het haar niet deerde.
'Ik dacht eerst, wat als ik een spinnetje was? En toen dacht ik, wat als ik een rups was? Dan maak ik nù een coconnetje, Matte, en dan ga ik in een boom hangen en dan wacht ik tot ik een mooie vlinder ben en dan kom ik weer tevoorschijn.'
'Het is koud, lieverd, kom toch binnen.'
'Wanneer is de avond gevallen?'
'Ik heb het niet precies gezien, Dee. Maar het is donker dus het zal al wel gebeurd zijn.'
'Ik hoorde het wel, hoor. Ineens het geluid alsof er duizend glazen flessen braken. Toen viel de avond.'
'Ik geloof niet dat de avond zo valt, Dee. Ik denk dat hij langzaam valt. Dat heet de schemering.'
'Zorgt de schemering dat de avond valt?'
'De schemering laat de zon verdwijnen, en dan kan de avond komen.'
'Maar dan valt toch de zon, en niet de avond? De zon gaat onder, die gaat naar beneden, dus die valt. De avond valt niet.'
'Misschien valt de zon eerst, en dan de avond, Dee..'
'Ik hoorde het . Toen ik dacht dat ik een vlinder kon worden. Als ik nu een rups ben en een cocon maak, waarin ik de rups achter me laat, word ik een hele lege vlinder. Die vlinder vul ik met allemaal mooie dingen. Lelijke dingen blijven achter bij de rups in het cocon. En net wanneer de rups denkt dat de wereld voorbij is... word ie dan een hele mooie vlinder.'
Matte streelde het haar uit haar gezicht. Het was plakkerig geworden door de damp van de avondlucht.
'Lik eens aan mijn wang, Matte, moet je proeven.'
Matte deed wat ze vroeg, met gepaste tegenzin.
Zout.
'Tranen, Matte, die zijn heel zout. Dat deed pijn, hoor. Ze kwamen direct in mijn zweren.'
'Je hebt geen zweren.'
'Jij hebt ze ook gezien.'
'In een droom, ja.'
'Dus waren ze er even. Die wonden blijven lang, hoor, en zout doet pijn in wonden.'
'Maar het is niet echt.Het is gedroomd. Het is niet echt.'
'Het is genachtmerried, als dat een woord zou zijn. Het ís ook niet echt. Het is een fantoom. Ik heb zoveel fantomen in mijn hoofd!'
'Lieverd, het wordt echt te koud nu, we gaan naar binnen.'
'Oh, nee! Oh nee..'
'Wat is er?'
'Ik heb het grassprietje kapot getrokken!' zei ze huilend.
Hij trok haar overeind. 'Kom,' zei hij zacht.
'Wie een leven vernietigt, vernietigt de wereld...'
'Kom..'
Ze bleef huilen terwijl hij haar aan haar pols meetrok naar binnen.
'Au, au..' huilde ze. 'Zo zout. Zo zout..'
Kan Dee wel afscheid nemen?
Elke avond, voor ik slapen ga, noem ik in mijn hoofd de namen, ga ik het rijtje langs. Ik kan pas slapen als ik me de gezichten herinner, als ik de stemmen in mijn hoofd hoor.
Maar waarom toch? De tijden komen niet terug. Jullie weten niet hoe belangrijk dit is. Jullie denken niet zo vaak aan mij als ik aan jullie. Misschien zijn jullie mij al vergeten, inmiddels. En weet je? Het was ook niet belangrijk, het was maar tijd. Tijd samen, dat wel. Maar, slechts tijd. Het is alleen belangrijk omdat ik het ben. En mij beangstigt elke verandering, elk afscheid dat een nieuw tijdperk aankondigt en een oude afsluit. Ik zweef op de vertrouwde herinnering, en waardeer het heden pas als het al verleden is geworden.
Dee's dagboek
Maar, zonder Matte de kans te geven haar te leiden, en meer dan dat; haar te overmeesteren en in zijn macht te hebben, verdween ze. Wat ze hem achterliet, was een klein opgevouwen papier, sneeuwwit en beschreven met een rode inkt. Hij besefte , dat het een episode uit haar dagboek was..."Maar wie toch gaf mij dit? Dit, dit wezen van onhebbelijkheid, van dwaalsporen en valse verschijningen? Aan wie dank ik deze zelf, vergeven van raadsels, en onoverkomelijke fouten?
Maar, ik ben mijn eigen fascinatie, ik ben mijn eigen bron waaruit ik water van het zuiverste soort put, ikzelf ben mijn enige verplichting en als ik eerlijk ben vergeef ik mij al mijn fouten. Omdat ik ík ben. Zo complex als geen ander, onder de opppervlakte huist een diepte die geen mens ooit heeft gezien. En zolang ik nog geef en schep en vernieuw, intereseer ik mij voor de vrouw die ik ben, en voor de vrouw die ik zou kunnen zijn of worden. "
Een gevoel van triomf bekroop Matte; de bevesting dat ze zich wel voor zichzelf interesseerde. Maar ook de angst maakte zich van hem meester bij het lezen van de woorden 'ik ben mijn enige verplichting.' Want, bij hen was dan geen sprake van wederzijdse liefde, maar toch wel van wederzijdse verplichtingen?
Hij borg het kleine briefje op, net zo opgevouwen als hij het had gevonden, naast het kleine flesje dat hij eerder had gekregen. In deze dingen werden de kostbare momenten tussen een man en vrouw gevangen, die niets méér hadden dan dat - als een somber fragment in een boek zonder prenten.
little rhymes
'When things are unfair,
I learn not to care.'
Ze meende het.
'Ik weet dat het eigenlijk niet hoort, maar afscheid nemen gaat me steeds makkelijker af en missen doe ik haast niet meer. Ik neem iets zoals het is. I don't look back, and God, if I would, it is just for one moment.'
Verbitterd of wijs?
'Memories should not be built to last.'
Zij had besloten.
'The less I care, the less I get hurt.'
'And,' voegde Matte toe, 'the less you can love.'
'Misschien. Maar dat is dan maar zo.'
Het is niet meer dan een een schild, een harnas tegen het zwaard van de vijand. Door mensen te beschouwen als tijdelijk, als toevallige ontmoetingen, bedoeld om te zien maar niet vast te pakken, en vooral; door helemaal niets te verwachten, zijn we minder kwetsbaar en kunnen we beter dragen wat ondraaglijk zou zijn als we evenveel liefde zouden toelaten als de pijn die volgt bij verlies. Alles verandert en wij veranderen mee. Koester niets, mis niets. Heb niets lief, mis niets. Gooi je herinneringen liever direct weg. Want wat is het nut van een scheepje in een glazen fles, als je er nooit mee varen kunt?
to my little, complete, complex person, that I genuinly love
From what I've heard, little miss
You have forgotten who I am
You don't ask for me any longer
You don't miss me
I hav missed you
And I dreamed that this would happen
That, some day, the day would come when life would stand in between and time would tear us apart
I can only hope that if that day has indeed come
You will lead a happy life
And stay true ot yourself
Stay the little miss I used to know
And you will remain my favourite person
Even though I don't know you anymore
I will always regret the day when I stopped being part of your little life. That feeling that has no explanation will be in my memories always, and you are one of the very few people that actually changed my life. One of the very few that I miss too often, that I dream about. If it was indeed this special, I am sure we will meet again.
After all, you're only four years old yet.
Do not change for I think you're beautiful.
The prologue
Hij bemerkte dat haar voeten klein waren. Klein en waanzinnig gevormd en grenzeloos dichtbij. Zij zag dat hij staarde en trok haar voeten onder haar knieen.
'Why tease?' vroeg hij.
Ze maakte een vaag handgebaar.
'Als je naar me staart, had ik liever dat je naar de rest van mijn lichaam of mijn gezicht staart, in plaats van mijn voeten.'
'But everything about you is just so pretty that I can't help myself.'
'Kom maar, vriendje,' zei ze uitnodigend.
Hij kwam wat dichterbij en zij nam haar shawl van de kruk naast hen. Hij wachtte en was niet eens verbaasd toen ze zijn polsen samen bond. Hij dacht een kort moment dat hij dit spelletje wel aangenaam zou vinden, toen haar gelaatsuitdrukking veranderde. Schaduwen volgden sensualiteit; ze draaide zich om en momenten lang zag hij niets anders dan haar magere lichaam en de ribben en de rug en de botten van de schouders. Het haar leek meer dieppaars dan zwart en hij verloor besef van tijd in de golven.
'How does it feel my friend?' vroeg ze toen ze zich omdraaide.
Met een klein naaldje prikte ze in zijn hand.
'Oooh,' zei ze, als een kind.
'You are mental,' zei hij.
'Is Alis mental?'
'Nee...'
Ze vormde een 'A' met de naald, een 'A' van kleine prikjes en kleine druppels bloed.
'That is at least a scar she would like,' besloot ze.
Hij maakte een geluid waarvan hij zelf de betekenis niet wist.
'Wat het is... You can sing a sad song, and have a beautiful voice but if I don't see tears then I'm not impressed.'
'If you don't see blood then you feel no love.'
'Misschien. Maar het is wel intens.'
Ze maakte de shawl los van zijn polsen en gebruikte hem als blinddoek.
'Ik heb dan ook wel weer medelijden met je, vriendje. Zullen we een spelletje doen dat je wél leuk vindt?'
Ze wachtte niet op zijn reactie maar kwam dichterbij en raakte met haar wijsvinger zijn lippen aan. Ze streelde die zachtjes en hij moest zich bedwingen niet in haar vinger te bijten of die te kussen. Toen hij haar niet meer voelde was hij alweer verloren in waanzin. Hij voelde zijn gedachten niet meer en al helemaal niet meer de prikjes van de naald. Zijn gedachten stuurden Alis weg, zijn gedachten stuurden angst weg. Angst voor haar, voor Dee, voor haar woorden en voor wat ze kon doen, haar wreedheden en insanity.
Her lips were soft as ever.
'We're high up in the sky, and our bliss falls like rain on those around us..'
Ze nam zijn gedachten dusdanig in dat hij een moment twijfelde of hij niet droomde en straks wakker werd met Alis in zijn armen, kijkend in haar kille blauwe ogen?
'Ik zou willen dat jij eens de leiding nam,' zei ze.
'Over jou?' vroeg hij.
'Ja. Doe maar eens bij mij wat ik bij jou doe.'
'Moet ik ook een 'A' in jouw huid prikken?'
'Don't tease, my friend.'
'Zullen we dat de volgende keer doen?'
'Wanneer is dat?'
'Dat bepaal jij toch altijd?'
'Neem dan de leiding!'
'Morgenavond.Nacht. Zo lang als ik wil. Ik zal jou eens laten bloeden. Ik zal jou eens vastbinden, blinddoeken, pijn doen en laten vrezen. En dan zal ik van je houden zoals je weet dat alleen ik dat kan en je zult je aan me moeten overgeven omdat ik je niet eerder laat gaan.'
'I'm not impressed. You're just trying to impress me.'
Door haar stem wist hij waar ze ongeveer moest zitten en gaf haar een harde klap met de rug van zijn hand. Het geluid van de klap beviel hem en hij bedacht zich dat hij haar ergens in het gezicht geraakt moest hebben. Hij hoorde ook dat ze op de grond gevallen was, waarschijnlijk had ze niet stabiel gezeten en de onverwacht harde klap had haar uit balans gebracht. Hij hoorde nu haar verradelijk zachte en timide stem weer, aangenaam en gentle als altijd: 'That did impress me.'
'Yes?'
'Yes.'
Inconsolable
There are times, many times, when I wish someone would put their arms around me, and I could cry as I have never cried before.But my tears never leave the inside of me. As if something prevents them from finding their way out.. I just can't. And I know, if someone would touch me.. I would be as indifferent as ever.
I cry from the inside, invisibly, and inconsolable.
Did you not know..
Counting the steps back into very thin air, very thin ice, very thin us..' Matte, men zegt dat de dingen lopen zoals ze lopen, maar wie zet dan de stappen?'
'My sweet and cruel.. you know who does..'
' Ik alleen? Niet wij samen, als deel van een lichaam?'
'You, solely you.'
'Oh, my..'
Fout
Wie niet geeft, zal ook niet krijgen
En spijt is geen excuus opzich
Niet elke weg is eeuwig begaanbaar
En sommige meren drogen op
Zet toch op tijd, desnoods voetje voor voetje
Een stap of twee op 't vertrouwde pad
Draag het water naar het meer toe
Daar, waar het hoorde en hoort
Heb jij vaak spijt?
Ja, alle dagen
In mijn hoofd blijft dat lijntje ondanks ons bestaan
Maar ik weet- het is heel dun
I don't think things would be the same. I think we changed a lot. It would be scary and awkward, I guess.. But still, you are entitled to look in my soul. And you're the only one.
Elle a été perdue
Slechts één keer in al haar reizen is Eeden verdwaald geweest. Ze strandde ver weg van waar ze de wereld kende, alleen, en ondanks haarzelf angstig. Koud was het, en miezerig, en Eeden was er niet op gekleed. Haar donkere haar plakte tegen het voorhoofd. De druppels drongen door in de huid en vermengden zich met het bloed, dat dunner werd en vlugger stroomde, overstroomde en Eeden liet walgen. Ze waande zich hevig bloedend en verdronken in eigen misère op grond die haar voeten voor het eerst ontmoeten. Een aangename kennismaking was het niet. Spitse stenen beschadigden de hiel, kneusden de tere tenen en sleten de wreef. Licht in haar hoofd werd ze, en nagejaagd door hallucinaties. Prentenboeken versperden haar de weg, getekend door haar of Alis, die zich ontvouwden voor haar ogen en haar dwongen te kijken naar herinneringen aan wat er niet en wel is gebeurd. Lantaarns branden, kolen gaven de hitte af en de kern daarvan werd gevormd door de ogen van Bram, die haar aankeek, zoals hij altijd keek als hij geen hart had. Het moment voordat de duivel zegeviert! Met haar vingertoppen betaste ze trillerig de eigen huid, die in haar fantasie van zweren vergeven was. Onder haar duizenden glazen potten, gelijk aan die ze Matte had gegeven... met dezelfde inhoud. Het begon harder te regenen in haar. Ten einde raad stortte ze op de knieën, handen voor de ogen, gevouwen als een foetus. Ze wiegde heen en weer en werd gekweld door radeloosheid, paniek, en het meest nog door haar eigen kwetsbaarheid. Hoe lang voor de regen stopt? Wanneer kun je je veilig weer ontvouwen? Hoe lang duurt dan het wachten? De lantaarns kwamen dichterbij, of was het er maar één? Het was er één. Het zwakke schijnsel gaf zoveel warmte dat het Eeden als een warme wind door de haren streek. Nu pas merkte ze hoe erg ze beefde. De zweren schroeiden dicht door de hitte, de prentenboeken vatten vlam, de duivel die haar met zijn leven bewaakte was afgeleid, en nadat ook de glazen flessen gesmolten waren tot een zachte, tintelende brij onder haar, stopte het beven. Uit het cocon kwam Eeden, die niet langer koud was of bloedde of walgde. Hij die de lantaarn vasthield ging bij haar zitten en pakte haar handen. Hij vouwde ze en scheen de lantaarn erop.
‘Regarde, Belle, une papillon.'
Eeden hief haar armen en de vlinder maakte haar weg naar de vrijheid.
‘Regarde, Belle, deux lapins.'
Hij had haar handen opnieuw gevouwen. Ze speelden met elkaar, achtervolgden elkaar.
‘Regard, Belle, un moulin.'
Eeden's tranen verlieten haar en ze straalde als de zon zelf.
‘Regarde, Belle, une oiseau.'
Ze gaf de vogel aan hem en hij had moeite hem in bedwang te houden. Uiteindelijk moest hij hem zelfs laten gaan.
‘C'est une aventure, Belle, l'avenir.'
‘Mio bello, bello, bello amore...' fluisterde ze hem toe.
In de ochtend bereikte ze haar eindbestemming; l'avenir. Mais l'aventure continue; for the future starts where the present ends. Ze is nooit meer verdwaald geweest.
